Definities, leer- en persoonlijkheidseigenschappen: verschil tussen versies

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
(Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Definities''' Vanuit de literatuur over (hoog) begaafdheid hebben we de volgende definities overgenomen.<BR><BR> In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tuss...')
 
(De pagina is leeggehaald)
(Label: Leeghalen)
 
Regel 1: Regel 1:
'''Definities'''
 
  
Vanuit de literatuur over (hoog) begaafdheid hebben we de volgende definities overgenomen.<BR><BR>
 
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen intelligente en begaafde leerlingen en tussen hoogintelligente en hoogbegaafde leerlingen op basis van de volgende criteria:<BR><BR>
 
Kenmerken van een Intelligente leerling:
 
* IQ 115-130
 
* Leereigenschappen zijn bovengemiddeld ontwikkeld
 
* Persoonskenmerken niet optimaal<BR>
 
Kenmerken van een begaafde leerling:
 
* IQ 115-130
 
* Leereigenschappen bovengemiddeld ontwikkeld
 
* Persoonskenmerken positief aanwezig<BR>
 
Kenmerken van een hoogintelligente leerling:
 
* IQ > 130
 
* Alle leereigenschappen in sterke mate aanwezig
 
* Persoonskenmerken niet optimaal <BR>
 
Kenmerken van hoogbegaafde leerlingen:
 
* IQ > 130
 
* Alle leereigenschappen in sterke mate aanwezig
 
* Persoonskenmerken positief aanwezig <BR><BR>
 
Grofweg kan gezegd worden dat ongeveer 12,5% van de kinderen (en volwassenen) een IQ heeft tussen de 115-130 en dat 2,5% een IQ heeft ›130.<BR><BR>
 
In aanvulling op het bovenstaande wordt gezegd dat er een aantal kenmerken zijn die, vanaf de kleuterleeftijd, bij hoogbegaafde kinderen steeds meer zichtbaar worden. Deze kenmerken kunnen we onderscheiden in leereigenschappen (die ook zichtbaar zijn bij (hoog)intelligente leerlingen) en persoonlijkheidseigenschappen. De mate waarin deze persoonlijkheidseigenschappen voorkomen hangt samen met het karakter van de mens.<BR><BR>
 
Leereigenschappen
 
* Is snel van begrip
 
* Maakt grote denk- en leerstappen
 
* Beschikt over een goed geheugen
 
* Heeft een brede algemene interesse en kennis
 
* Beschikt over een groot probleemoplossend vermogen
 
* Is in staat verworven kennis toe te passen
 
* Is in staat nieuwe kennis te integreren met oude kennis
 
* Beschikt over een groot analytisch vermogen<BR><BR>
 
Persoonlijkheidseigenschappen
 
*Is taalvaardig en kan spelen met taal
 
* Komt met creatieve en originele oplossingen
 
* Is geestelijk vroegrijp
 
* Houdt van uitdagingen
 
* Beschikt over een groot doorzettingsvermogen
 
* Is op een gezonde manier perfectionistisch ingesteld
 
* Is veelal een intuïtieve denker
 
* Heeft behoefte aan een hoge mate van autonomie
 
* Beschikt over het vermogen tot (zelf) reflectie
 
* Is sociaal competent.<BR><BR>
 
 
Natuurlijk is het niet zo dat iedere (hoog) begaafde leerling in dezelfde mate over dezelfde eigenschappen beschikt. Daarin zijn onderling, net als bij alle andere mensen, verschillen waarneembaar. Ook is het zo dat er heel veel mensen zijn die over enkele van deze eigenschappen beschikken, zonder dat zij hoogbegaafd genoemd worden. Het gaat dus altijd om  een combinatie van die (zeer) hoge intelligentie met een groot aantal van deze leer- en persoonlijkheidseigenschappen. (Drent en van Gerven, 2007)<BR><BR>
 
 
De leer- en persoonlijkheidseigenschappen hebben direct hun invloed op het leerstofaanbod van deze groepen leerlingen. Waar het in de onderwijspraktijk op neerkomt, is dat we om tegemoet te komen aan de behoefte van leerlingen op verschillende niveaus, ook boven het gemiddelde zouden moeten kunnen differentiëren. Maken we daarbij het onderscheid tussen begaafd (en intelligent) en hoogbegaafd (en hoogintelligent) dan betekent dit, dat we eigenlijk twee niveaus boven ‘goed’ gaan onderscheiden. Dit onderscheid vormt de basis voor het opzetten van leerlijnen waarbij een eerste leerlijn geschikt is voor de begaafde (en intelligente) leerling en de tweede leerlijn geschikt is voor de hoogbegaafde (en hoogintelligente) leerling. (Drent en van Gerven, 2007)<BR><BR>
 
 
In onze schoolpraktijk denken we dit het beste vorm te kunnen geven door de begaafde (en intelligente) leerlingen het bovenstroomprogramma aan te bieden. Bij talenten op één bepaald gebied zou een leerling een gedeelte van het programma kunnen volgen bijvoorbeeld alleen het bovenstroomprogramma rekenen. Voor de hoogbegaafde (en hoogintelligente) leerlingen zetten we het Pittig Plus materiaal in.<BR><BR>
 
 
Tijdens het traject van signalering en diagnostiek wordt vastgesteld in hoeverre de ouders en de groepsleerkracht de leer- en persoonlijkheidseigenschappen bij de leerling vertegenwoordigd zien. Door daarnaast te kijken naar andere aspecten, zoals werk- en leerstrategieën, prestatiemotivatie, et cetera, stelt men door middel van het onderzoek vast welke speciale behoefte een leerling heeft met betrekking tot zijn leerstofaanbod en verdere begeleiding. ''Er wordt dus niet bepaald hoe slim een leerling is, maar hoe deze slim is. Het zijn vooral de leer- en persoonlijkheidseigenschappen die bepalen hoe de leerstof het beste aangeboden kan worden.'' (van Gerven, 2008)
 
<BR><BR>
 
-------------
 
naar [[(Hoog)begaafd]]
 

Huidige versie van 15 mrt 2024 om 05:54