Motoriekkist

Uit KBS Laurentius wiki
Versie door Dongen (overleg | bijdragen) op 25 jun 2019 om 02:59
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Doel
In de kleuterbouw wordt de motoriek van de kinderen veelvuldig gestimuleerd door verschillende spelletjes en ontwikkelingsactiviteiten die worden aangeboden. Kleuters zijn ook gewend aan een zelfstandige en individuele vorm van spelen en werken in de groep. Vanaf groep 3 wordt er gestart met schrijfonderwijs, meestal in klassikale onderwijssituatie. Toch blijken er vaak nog problemen op het gebied van de kleine motoriek te liggen en is extra aandacht noodzakelijk.

De oefeningen uit de motoriekkist zijn bedoeld om de motorische ontwikkeling te stimuleren, zowel preventief als remediërend. Niet alleen vanaf groep 3, maar ook al in de kleutergroepen.

Gebruik

  • tijdens zelfstandig werk
  • als extra werk
  • na afronden leertaak
  • pauzes
  • werken in hoeken
  • tijdens circuit
  • enz.

    Plaats
  • aan de eigen tafel
  • in een motoriekhoek
  • op de grond
  • in een vrije ruimte

    Begeleiding
    vrije(re) invulling
    Na de introductie van de spelletjes en de werkwijze is de begeleiding door de leerkracht beperkt. Hoe beter de leerlingen kunnen lezen, hoe eenvoudiger het wordt. Van de meeste spelletjes zit een taakkaart in de kist. Waar geen taakkaart van is, spreekt de uitvoering voor zich.

    Gestructureerde(re) invulling
    De spelletjes kunnen klassikaal, in een groepje of individueel worden aangeboden door leerkracht of onderwijsassistent. De oefening wordt voorgeschreven, de uitvoeringswijze is niet vrij en het resultaat wordt door de leerkracht bekeken en eventueel genoteerd.

    Ontwikkelpunten
  • Oog-hand-coördinatie: De samenwerking tussen de ogen en de handen.
  • Dissociatie: Het vermogen om diverse onderdelen van een arm/been/hand (of de gehele arm of het hele been t.o.v. de romp) onafhankelijk van elkaar in diverse richtingen te bewegen. Dit leidt tot het vermogen om gevarieerd te bewegen. Wordt ook wel geïsoleerd bewegen genoemd.
  • Handvoorkeur: De hand waarmee klein motorische vaardigheden het best gecoördineerd (makkelijkst) worden uitgevoerd. Deze hand wordt meestal ook bij schrijven gebruikt.
  • Symmetrie: het uitvoeren van gelijktijdige bewegingen met beide lichaamshelften, bijvoorbeeld de afzet met beide voeten tegelijkertijd bij het springen. Het betreft vaak ook spiegelbeeldige bewegingen zoals bijvoorbeeld spreid-sluitsprongen.
  • Controle/dosering: het afstemmen van de kracht en precisie van de beweging aan de eisen van de activiteit.
  • Ruimtelijke oriëntatie: het vermogen om plaats, richting en verhoudingen in de omgeving te bepalen.
  • Manipuleren: het bewegen van materiaal in de hand.
  • Timing: aanpassen van snelheid aan bewegen aan de activiteit, ook het afstemmen van moment van de bewegingsactie aan de oefening
  • Handsamenwerking (alleen midden- en bovenbouw): de wijze waarop de (soms verschillende) bewegingen van de handen de activiteit samen op een zo efficiënt mogelijke wijze uitvoeren.
    [doelgebieden overige materialen]

    Leerlingvolgsysteem:
    De kisten bieden de mogelijkheid om vorderingen van leerlingen vast te leggen. Indien je hiervoor kiest: doe dit enkel voor zwakke leerlingen.
    [registratiesysteem]

    Noteer:
  • in ieder vakje datum van uitvoeren
  • - (niet beheerst) of + (één keer gelukt) of ++ (beheerst)
  • Opvallendheden