(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
1 Signalering
Een kind gaat in Maatwerk werken als:
het een E score heeft op Cito rekenen. (Handelingsplan)
het een D score heeft op Cito rekenen en ZT en leerkracht aangeven dat het zinvol is. (Handelingsplan)
het laag scoort op één of meerdere onderdelen van de Tempo Toets Rekenen en ZT en leerkracht n.a.v. de instaptoets aangeven dat dit zinvol is. (Handelingsplan)
het gedurende de eerste helft van groep 3 uitvalt op basis van de toetsen van Pluspunt en observaties van de leerkracht. (Handelingsplan)
het op bepaalde deelgebieden uitvalt die door Maatwerk kortdurend kunnen worden bijgespijkerd. Dit gebeurt door observaties van de leerkracht. (Aantekening in Dinq)
2 Diagnostisering
Bij kinderen met E score op Cito rekenen:
De leerkracht neemt contact op met ZT
Het ZT voert een diagnostisch gesprek met de leerling en koppelt de bevindingen terug aan de leerkracht. ZT en leerkracht stemmen af in welk dier de leerling start.
Het zorgteam voert de leerling in, in het computerprogramma. De leerkracht verzorgt zelf de handleiding en de werkbladen. (Deze staan in de orthotheek en op Wiki.)
De leerkracht stelt een handelingsplan op (standaardhandelingsplan op Public)
De leerkracht print de instaptoets uit en neemt de toets af. Deze geldt als beginmeting en kan aan het einde van het programma worden vergeleken met de eindtoets.
Bij kinderen met een D score op cito rekenen:
Leerkracht heeft overleg met het ZT of het zinvol is om volledig met de leerling in Maatwerk te werken of dat de leerling er meer bij gebaat is Pluspunt te blijven volgen met verlengde instructie aan de instructietafel.
Kiest men voor Pluspunt: de leerkracht maakt zelf een handelingsplan.
Kiest men voor Maatwerk, zie : Bij kinderen met E score op Cito rekenen
Bij kinderen met een lage score op Tempo Toets Rekenen:
De leerkracht neemt bij de leerling de instaptoets af.
De leerkracht neemt contact op met het ZT en samen interpreteren zij de instaptoets en kijken of Maatwerk een meerwaarde betekent voor deze leerling.
Wanneer het kind gaat werken in Maatwerk stelt het ZT het computerprogramma in. De leerkracht verzorgt zelf de handleiding en de werkbladen. (Deze staan in de orthotheek en op Wiki.)
De leerkracht stelt een handelingsplan op (standaardhandelingsplan op Public)
Bij kinderen begin groep 3:
De leerkracht signaleert uitval op basis van toetsen pluspunt en observaties.
De leerkracht neemt contact op met ZT
Het ZT voert een diagnostisch gesprek met de leerling en koppelt de bevindingen terug aan de leerkracht. Indien er voor maatwerk wordt gekozen stemmen ZT en leerkracht af in welk dier de leerling start.
Het zorgteam voert de leerling in, in het computerprogramma. De leerkracht verzorgt zelf de handleiding en de werkbladen. (Deze staan in de orthotheek en op Wiki.)
De leerkracht stelt een handelingsplan op (standaardhandelingsplan op Public)
De leerkracht print de instaptoets uit en neemt de toets af. Deze geldt als beginmeting en kan aan het einde van het programma worden vergeleken met de eindtoets.
Bij kinderen die op bepaalde deelgebieden uitvallen:
De leerkracht signaleert op basis van toetsen Pluspunt en observaties uitval op bepaalde deelgebieden. Denk bijvoorbeeld aan de tafels.
De leerkracht print de instaptoets van het betreffende onderdeel uit en neemt de toets bij de leerling af. De resultaten worden samen met het ZT bekeken. Er wordt bekeken of Maatwerk een meerwaarde betekent voor deze leerling.
Wanneer het kind gaat werken in Maatwerk stelt het ZT het computerprogramma in. De leerkracht verzorgt zelf de handleiding en de werkbladen. (Deze staan in de orthotheek en op Wiki.)
De leerkracht maakt een aantekening in DINQ van het extra aanbod.
3 Het werken
Frequentie:Bij een aantekening in Dinq: minimaal drie keer per week. Naast het werken in Maatwerk volgt de leerling Routeboekje Pluspunt Onderstroom.
Bij een handelingsplan: dagelijks Maatwerk ter vervanging van Pluspunt. De leerling volgt enkel pluspunt bij lessen als meten/wegen, klokkijken of een gezamenlijke introductie op een blok.
De leerkracht geeft aan de leerling de eerste instructie. Voor deze instructie is het van belang de handleiding door te nemen.
Leer de leerling de handeling te verwoorden.
De werkbladen worden gebruikt bij de instructie. Vanaf groep 5 kunnen de werkbladen ook als huiswerk meegegeven worden, mits deze volledig zelfstandig te verwerken zijn.
De leerling werkt aan één dier tegelijk. Op het moment dat de computer vindt dat een dier beheerst wordt (5 x 80%), gaat het kind automatisch naar het volgende dier.
Op het moment dat de leerling naar een volgend dier gaat, moet de leerling dit melden bij de leerkracht.
De leerkracht moet de volgende instructie geven en het werken met het vorige dier evalueren. De leerkracht geeft in DINQ aan naar welk dier de leerling gaat.
Aan het eind van één onderdeel (bijvoorbeeld Rivier de Nijl) wordt de eindtoets afgenomen. Deze toets is bijgevoegd bij de instaptoets. Hierbij zit ook een overzicht van de verschillende onderdelen en dieren.
De begin en eindtoets gaan samen naar de administratie. Deze scant de toetsen in en voegt hem toe aan DINQ.
Dan ontstaan er twee mogelijkheden:
De kleur (bijvoorbeeld Maatwerk Oranje)of het deelgebied is helemaal doorgewerkt, ga dan naar 4 Afsluiting
De kleur is nog niet helemaal doorgewerkt: Ten behoeve van de continuïteit werken de kinderen door aan het volgende onderdeel. De leerkracht print via de Wiki de werkbladen van het volgende onderdeel af. Ga dan naar 3 Het Werken
4 Afsluiting
De leerkracht rondt het handelingsplan af door een evaluatie in DINQ te plaatsen.
Wanneer er langer behoefte is aan Maatwerk ga dan naar 2 Diagnostisering
Nota Bene
Het ZT mailt iedere drie weken de voortgang door aan de betreffende leerkrachten. Voor leerkrachten ontbreekt dan de noodzaak om zich in het leerkrachtgedeelte in te werken.
terug naar Maatwerk